350-actie op museumplein een succes

Honderden mensen vormden afgelopen zaterdag op het museumplein samen het getal 350, dat staat voor de hoeveelheid CO2-deeltjes per miljoen in de atmosfeer (350 ppm). Volgens Nasa wetenschapper-activist James Hansen is dit de gezonde bovengrens voor de hoeveel CO2 in de atmosfeer.
In totaal vonden wereldwijd meer dan 4500 acties plaats rond de 350 actie in de aanloop naar de klimaatconferentie in december.
(JV)
350-activist Hansen bezoekt Amsterdam
Op zaterdag 24 oktober spreekt Nasa-wetenschapper James Hansen op het museumplein in Amsterdam. Zijn bezoek staat in het teken van een internationale actiedag over klimaatverandering.
Hansen is een fel voorstander voor een alternatief energiebeleid. Hij werd in juni dit jaar nog opgepakt toen hij protesteerde tegen de kolenindustrie in Amerika.
Hansen is directeur van het NASA Goddard Institute for Space Studies en professor in de milieuwetenschappen aan de Columbia universiteit.
Over zijn arrestatie zei Hansen: “Politicians may have to advocate for halfway measures if they choose. But it is our responsibility to make sure our representatives feel the full force of citizens who speak for what is right, not what is politically expedient.”
Hansen kreeg wereldwijde bekendheid door het nummer 350. Volgens hem is de maximale concentratie CO2 (in parts per million) die de atmosfeer kan dragen zonder dat de hel losbreekt 350. Volgens wetenschappers zitten we nu op zo’n 383 ppm.
In de aanloop naar de onderhandelingen over een nieuw klimaatverdrag in Kopenhagen is er een grote actiebeweging rond het getal 350 ontstaan. Volgens de organisatie zijn er volgende week zaterdag overal op de wereld acties:
De actie op het museumplein begint volgende week om 12.00 uur.
(JV)
Elders is het ook…zonne-energie (Kenia 2)
Nog steeds op het eiland Lamu, niet ver van Somalië. Gids Ali leidt ons door zijn dorp Matondoni. Op de kade worden we opgewacht door de dorpsoudste. Daarna volgt een bezoek aan Ali’s verloofde en Ali’s moeder. Terwijl zij voor ons kookt – kokosrijst, spinazie en garnalen – stelt Ali ons voor aan zijn 13 katten. Na de lunch volgt een bezoek aan de neef van Ali, de elektricien van het dorp. Hij is gespecialiseerd in het installeren van zonnepanelen. Die zijn er namelijk legio in het dorp Matondoni.

Zonnepaneel op Lamu
Het dorpje telt 1700 inwoners, zeg maar zo’n 340 families. 80 daarvan hebben inmiddels een zonnepaneel gekocht bij Ali’s neef. Die haalt ze uit Mombassa en installeert ze vervolgens op de daken van Matondoni. De meeste huizen hier zijn gemaakt van klei en bamboe. De afwezigheid van elektriciteitsaanvoer werd vroeger altijd opgevangen door batterijen, maar nu zijn er de zonnepanelen. De zon schijnt hier iedere dag, behalve in het regenseizoen, maar dat duurt hoogstens een paar weken.
De oom van Ali heeft zes jaar geleden zijn zonnepanelen aangeschaft en is zichtbaar tevreden met het resultaat. Hij heeft zijn tv, dvd-speler en boxen allemaal voorzien van zonne-energie. Na drie jaar had hij de aanschafkosten eruit en keek hij elke zaterdag gratis naar de premier league. We nemen een kijkje op het dak waar zijn twee panelen glanzen in de zon. Ook bij een flink aantal buren zien we een grijze plaat op het bamboedak. Een schitterend contrast.
(JV)

Op het dak van Ali's oom

Allemaal op zonne-energie

De batterij
Elders is het ook… De Tree Climber (Detroit 2)
Het inwonersaantal van Detroit is in de afgelopen decennia gedaald van 1,8 miljoen naar zo’n 900 000. Dit maakt Detroit een van de grootste krimpende steden ter wereld. De krimp ging niet ten koste van het oppervlakte van de stad, maar vooral van tienduizenden huizen. Hierdoor is Detroit zonder twijfel een van de groenste steden ter wereld: bijna 30% van Motorcity is groen.
Wie door Detroit rijdt ziet dus vaak meer grasland dan huizen. De stad die ooit symbool stond voor industrie en het moderne leven – de stad had de eerste snelweg en het eerste winkelcentrum – wordt nu langzaam weer ingehaald door de natuur. De ‘greening of Detroit’ is een fenomeen. Tuinieren is hier hot, en allerlei mensen verdien hun geld in de groene economie.
Kevin Bingham is een boomklimmer. Hij kwam 5 jaar geleden naar Detroit en begon hier als freelance boomklimmer. Een boomklimmer is iemand die zonder technische hulpmiddelen in bomen klimt om bijvoorbeeld dode bladeren weg te halen of takken te verwijderen.Kevin heeft elk week een paar klussen. Voor een dag werk krijgt hij soms wel 600 dollar.
Hoe wordt je een boomklimmer? “Ik klim al mijn hele leven in bomen. Ik heb ook een tijd aan bergbeklimmen gedaan, maar dat is me te competititief. Met boomklimmen gaat het niet om hoog je klimt, maar om hoe goed je met de boom omgaat.” Kevin is een van de weinigen die met bomen werkt zonder heftruck. Hij heeft zelfs geen spikes onder zijn schoenen. “Ik beschouw hen niet als echte treeclimbers,” stelt hij, “zij beschadigen altijd de boom waarmee ze werken.”
Kevin is een van de beste boomklimmers van de VS. Hij is kampioen van Michigan en gaat binnenkort namens de staat naar het wereldkampioenschap boomklimmen in Rhode Island. De wedstrijd bestaat uit vijf verschillende disciplines, van snelklimmen tot een reddingsactie. Dat laatste vind Kevin het leukst. “Daar moet je echt je hersens bij gebruiken.”
Kevin kwam naar Detroit om als boomklimmer te werken. “Ik hou van de natuur, maar groeide op in de stad. Ik ben ook echt een stadsmens. In Detroit vond ik de ideale combinatie.”
Naast zijn werk heeft Kevin een grote tuin waar hij groenten verbouwd, samen met zijn drie buren. In totaal zijn vier huizen in zijn straat bewoond. Voor de rest is het groen. Toch blijft het de grote stad. Haaks op de straat van Kevin loopt een weg waar alle heroïne prostituees in Detroit langs de weg staan. Op weg hiernaartoe kwam ik langs een van hen. “You need company?”
100 meter verder staan we op het erf van Kevin. Er lopen ook een stuk of 10 kippen. “Eigenlijk moet je een vergunning hebben voor het houden van kippen, maar er is in Detroit nauwelijks controle. Daarom hou ik van deze stad. Het voelt als het platteland maar dan minder saai.”
(JV)

Kevin Bingham - Foto Leon Hendrickx
Elders is het ook…afval
Cradle to Cradle. Hype of Toekomst
Centre Céramique, Maastricht
9.12.08 – 21.02.09 (Meer informatie)
Sinds VPRO’s Tegenlicht twee jaar geleden een documentaire uitzond over het Cradle to Cradle-concept van chemicus Michael Braungart en architect William McDonough is in Nederland ogenschijnlijk een kleine revolutie uitgebroken. Minister Cramer integreerde C2C in haar beleidsplannen en de stad Almere plande een hele wijk volgens de C2C regels. Maar vooral Limburg raakte in de ban van de twee progressieve denkers. Tal van beleidsmakers, ondernemers en vormgevers in Limburg begonnen na het zien van de Tegenlicht film met cradelen. In een tentoonstelling in het Centre Céramique in Maastricht wordt bekeken wat bedrijven en overheden in Limburg inmiddels met C2C hebben gedaan. Is C2C het nieuwste buzzword, of heeft het echt toekomst?
In 2002 publiceerden Braungart en McDonough hun ideeën over radicaal duurzaam produceren in hun bestseller Cradle to Cradle: Remaking the Way We Make Things. Het basisidee is dat alle onderdelen van een product of biologisch afbreekbaar moeten zijn (zoals een stuk fruit dat is) of dat de onderdelen weer gebruikt worden in een volgend productie proces (zoals bij glas). Zo zal er nooit restafval overblijven. Alle grondstoffen van een product blijven in de cyclus (“wieg tot wieg”). Anders gezegd, door spullen weg te doen creëeren we geen afval, maar juist ‘voedsel’ voor nieuwe producten. (meer…)
De Groene Amsterdammer
reageer